Nationale Reddingsvloot

Het Ministerie van Justitie en Veiligheid, het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV), de veiligheidsregio’s, Brandweer Nederland en Reddingsbrigade Nederland werken samen aan een slagvaardige Nationale Reddingsvloot (NRV).

De NRV wordt als ‘first respons’ ingezet bij grote watercalamiteiten en overstromingen in Nederland.

 

Waarom de NRV?

Dé aanleiding voor de Nederlandse regering om een Nationale Rampenvloot in het leven te roepen was de watersnoodramp van 1953. Die eiste honderden slachtoffers in de provincies Zeeland, Zuid-Holland en Noord-Brabant. De oprichting werd mogelijk dankzij financiering vanuit het Nationaal Rampenfonds (NRF).


Voor deze eeuw berekent het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) een zeespiegelstijging van 35 tot 85 centimeter. Bovendien heeft Nederland te maken met ontwikkelingen als bodemdaling, kanteling naar het westen en noorden, meer neerslag (ook in de zomer), meer waterafvoer via de rivieren en toenemende verdroging als gevolg van hogere temperaturen. Hierdoor neemt de kans op overstromingen in ons land de komende jaren toe. Het bestaan van de Nationale Reddingsvloot blijft dan ook van groot belang.

Rijksoverheid
Sinds 1995 krijgt Reddingsbrigade Nederland een structurele bijdrage vanuit de Rijksoverheid. Hiermee wordt gegarandeerd dat er 90 eenheden (vletten) 24 uur per dag en zeven dagen in de week paraat staan voor inzet. Deze eenheden zijn deels in bruikleen gestald bij de lokale reddingsbrigades en liggen deels in opslag in een depot in Wijk bij Duurstede. Een eerste grote inzet van de Nationale Rampenvloot vindt plaats in 1993 bij de watersnood in Limburg, Noord-Brabant, Gelderland en Overijssel. Ook in 1995 en 1998 wordt de vloot ingezet bij overstromingen in zuidelijk Nederland.

Overeenkomst
In 2010 wordt voor een periode van vijf jaar een overeenkomst afgesloten met het Ministerie van Veiligheid en Justitie. De Nationale Rampenvloot wordt hiermee overgeheveld van het Rijk naar de veiligheidsregio’s. Er komen 75 eenheden in bruikleen bij aangewezen reddingsbrigades. In 2012 wordt de naam Nationale Rampenvloot veranderd in Nationale Reddingsvloot (NRV). Deze kán worden ingezet bij overstromingen, maar ook bij andere watergerelateerde calamiteiten of bij evenementen in, op of rond het water. In 2016 en 2017 wordt de eerder genoemde overeenkomst met het ministerie verlengd en wordt het voorstel ontwikkeld om te komen tot een toekomstbestendige regionale – en nationaal opschaalbare – reddingsvloot. Deze moet komen te vallen onder de verantwoordelijkheid van de veiligheidsregio’s. Nederland is ingedeeld in 25 veiligheidsregio’s; daarvan zijn er 22 met een overstromingsrisico. Deze 22 zijn betrokken bij de vorming van de Nationale Reddingsvloot; ze leveren vanaf 1 januari 2018 elk een reddingsgroep vanuit de eigen regio. Deze staan op afroep 24 uur per dag klaar om ingezet te worden.

Waaruit bestaat de NRV?

Vanaf 1 januari 2018 zijn 22 veiligheidsregio’s verantwoordelijk voor de levering van een regionale reddingsgroep. Deze bestaat uit vier reddingseenheden. Reddingsbrigade Nederland vormt in opdracht van het Instituut Fysieke Veiligheid een Landelijke Voorziening Reddingsvloot en zorgt op deze manier voor de bovenregionale centrale ondersteuning.

Het kaartje geeft de samenstelling en aantallen weer van de nationale reddingsgroepen per veiligheidsregio. Hierbij zijn in de oranje gekleurde regio’s de reddingsgroepen ondergebracht bij de Reddingsbrigade, in de rood gekleurde regio’s worden deze geleverd vanuit de brandweer, bij de oranjerode regio’s zijn er reddingsgroepen van zowel de Reddingsbrigade als de brandweer en werken deze samen. Er zijn drie regio’s die niet deelnemen aan de Nationale Reddingsvloot. Deze hebben namelijk géén overstromingsrisico.