Interview: Mark Jansen, landelijk coördinator NRV

Mark Jansen is sinds 19 oktober 2020 werkzaam bij Reddingsbrigade Nederland als landelijk coördinator van de Nationale Reddingsvloot (NRV) en beleidsmedewerker Waterhulpverlening. Wat is zijn eerste indruk? Hoe blikt hij terug op de afgelopen periode? Wat kan van hem worden verwacht? Jansen spreekt zich uit.

Je bent nu een paar weken bezig en hebt een eerste oordeel kunnen vormen. In wat voor soort organisatie ben je terechtgekomen?

,,Dagelijks word ik omringd door waterveiligheidsprofessionals die hart hebben voor de zaak en hoge eisen aan zichzelf stellen. Dit zorgt voor een enorme positieve ‘vibe’ om de organisatie te professionaliseren tot een volwaardige hulpdienst, met een eigen crisisstructuur. Ik vind het mooi om te zien dat er al heel veel is bedacht en uitgewerkt. Het is dus niet zo dat ik de hele organisatiestructuur nog moet gaan neerzetten, en dat is prettig werken.”

Hoe ben je die eerste weken te werk gegaan?

,,De eerste weken heb ik vooral de verbinding gezocht met de netwerken die actief zijn rondom het Landelijk Bureau. Zo ben ik in week één begonnen om gesprekken te voeren met de RVR-coördinatoren. Niet alleen om mijzelf te introduceren, maar ook om te horen wat er lokaal bij de reddingsbrigades speelt. Daarnaast investeer ik veel tijd in het opbouwen en onderhouden van contacten met de adviesraden van Reddingsbrigade Nederland en met crisis- en ketenpartners, zoals het Kustwachtcentrum, SAMIJ, de KNRM, Rijkswaterstaat, de veiligheidsregio’s en het IFV. Juist deze afwisseling maakt het werk uitdagend en interessant. Het ene moment schakel je met een directeur veiligheidsregio en het volgende moment heb je contact met leden van een lokale vereniging.”

Wat staat er de komende tijd op de agenda?

,,Een belangrijk onderwerp voor 2021 is fase twee van het ‘Impulsprogramma NRV’. In 2019 zijn drie werkgroepen samengesteld uit medewerkers van de brandweer en de Reddingsbrigade. Zij hebben nagedacht over hoe de NRV nog beter gepositioneerd kan worden in de veiligheidsketen. Verschillende strategische doelen en producten zijn door de werkgroepen opgeleverd. Aankomend jaar worden deze producten uitgewerkt, om ervoor te zorgen dat de vloot operationeel is in 2022. Naast de NRV zijn er ook andere projecten die worden uitgewerkt in 2021. Denk bijvoorbeeld aan: het updaten van het ‘Inzetprotocol Kustwachtcentrum’; de uitwerking van de Evenementen Management Applicatie, de EMA; de doorontwikkeling van de hulpverleningsregistratie, RHR 3.0; en het ontwikkelen van strandprincipes.”

Welke accenten ga je verder leggen in hoe je te werk gaat?

,,Ik zie het als mijn belangrijkste taak om reddingsbrigades en -eenheden met elkaar te verbinden. De NRV-vloot is immers opgebouwd uit eenheden van de brandweer en de Reddingsbrigade. Ondanks dat de NRV ‘nieuwe stijl’ s ingevoerd, krijg ik regelmatig vragen over hoe de vloot is georganiseerd. Hoe worden we gealarmeerd? Is er logistiek geregeld? Hoe worden we aangestuurd? Worden we afgelost na een inzet? Voor een groot deel bestaat deze planvorming al. Daarom gaan we in fase twee van het impulsprogramma verder met het uitwerken van de operationele planvorming en de landelijke crisisstructuur. Voor het aansluiten bij de 157 reddingsbrigades is het een ander verhaal. Door middel van Twitter probeer ik de activiteiten van de brigades en de leden te volgen. Daarnaast stuur ik ook op de informatie die ik krijg vanuit de RVR-en. Selectief leg ik contact, maar ik heb zeker de wens om op korte termijn bij meerdere brigades op werkbezoek te gaan en mijzelf voor te stellen.”

Als eind 2021 gevraagd wordt wat je het afgelopen jaar bereikt hebt, wat zou dan je gedroomde antwoord zijn?

,,Ik zou dan willen zeggen dat we erin geslaagd zijn om de NRV volledig te integreren in de crisisstructuur van de veiligheidsregio’s. Ik zou dan ook willen zeggen dat ik het fijn vind dat crisispartners als Rijkswaterstaat ons weten te vinden in de warme fase. Waardoor wij niet alleen reactief reageren op een nationale oproep van het LOCC maar ook flexibel en proactief kunnen reageren als er zich lokaal een grote watercalamiteit of overstroming voordoet. Ten slotte hoop ik dat we de vloot zo hebben ingericht dat het voor iedereen duidelijk is hoe het systeem werkt en dat ook iedereen weet wat er van hem of haar verwacht wordt tijdens een crisis. Voor wat betreft de reddingsbrigades hoop ik op meer onderlinge verbondenheid, zodat we onze werkwijze kunnen standaardiseren en naar buiten kunnen treden als de hulpdienst die wij zijn.”