Monodisciplinaire evaluatie na toezicht bij gevaarlijke ijscondities

In het weekend van 13 en 14 februari waren reddingsbrigades actief met eerste hulpverlening, vervoer van personen en reddingen in verband met de winterse omstandigheden. Extra opvallend was de inzet in Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid, waar op zondag meer dan 50 lifeguards uit zes veiligheidsregio’s werden ingezet om de ijsdrukte in goede banen te leiden. Gegeven de omvang van de inzet is op verzoek van de Landelijke Voorziening Reddingsvloot een monodisciplinaire evaluatie uitgevoerd. Dit om ervaringen en leerpunten te bundelen, en mee te nemen in de uitwerkingsfase van het programma ‘Kwaliteitsimpuls NRV’. Drie lifeguards zijn gevraagd om kort terug te blikken op hun ervaringen.

Ruben – Lifeguard
Reddingsbrigade Hardinxveld-Giessendam

,,Op zaterdagmiddag kreeg ik via WhatsApp een oproep van mijn brigade. De brandweer had gevraagd of wij ze konden ondersteunen met toezicht op het ijs. Voor mij was het de eerste keer dat ik werd ingezet voor een ijsbewaking. Ik heb wel eens een wintertraining gevolgd, waardoor ik de basis van ijsreddingen onder de knie heb. Die zaterdag was niet zo spannend. We hebben naar het ijs gekeken en eigenlijk gebeurde er niet zoveel. Ik denk dat dit kwam omdat we pas laat werden ingezet.

Op zondag volgde er een korte briefing. We kregen te horen dat er steeds meer zwakke plekken in het ijs ontstonden en dat er te weinig lifeguards waren om ze te beveiligen. Rond 11.30 uur namen mijn maatje en ik positie in Kinderdijk in. Daar hebben we eerste hulp verleend aan een vrouw. Ze was gevallen en had last van haar pols. Ook viel het op dat de kwaliteit van het ijs snel achteruitging. Met het uur kwamen er steeds meer scheuren in en het begon te kraken. De scheuren werden steeds dieper waardoor er water op het ijs kwam te liggen. Rond 15.10 uur kregen we een melding dat aan het einde van Kinderdijk iemand door het ijs was gezakt. De locatie was niet bekend. Met vier lifeguards zijn we gaan zoeken. Even later bleek dat de incidentlocatie anderhalve kilometer verderop was en dat wij er niet snel bij konden komen. Dat was balen, want je bent er om te helpen.”

Leontien – Centralist
Dordtse Reddingsbrigade

,,Ik was op zaterdagmiddag met twee vrienden aan het schaatsen. Rond 14.00 werd ik gebeld door de RVR-co met de mededeling dat onze hulp heel hard nodig was. Uiteraard kende ik de schaatstocht en de route. Ik kon mij voorstellen dat de drukte op het ijs in combinatie met verslechterende weersomstandigheden gevaarlijke situaties zou opleveren. Binnen een mum van tijd hadden we voldoende mensen bij elkaar en hebben we ons zo goed als mogelijk voorbereid door EHBO-spullen, dekens en reddingslijnen mee te nemen.

Ter plaatse heeft de OvD-Red in het CoPI overlegd. Hij vertelde welke hotspots ofwel zwakke plekken in het ijs moesten worden beveiligd. Rond 16.30 uur stonden we op het ijs en toen gingen de meest schaatsers al naar huis. Aan het einde van de avond werd ons gevraagd of wij op zondag ook toezicht wilden houden. In de loop van die dag kwamen er vanuit het hele land brigadeleden om ons te ondersteunen. Persoonlijk vond ik dit gaaf om te zien. Ik heb tijdens de inzet de communicatie op me genomen, zodat de OvD werd ontlast. Voor mijn gevoel kregen we steeds meer grip op de hulpverlening. Er kwamen vragen vanuit de veiligheidsregio en we hadden steeds meer koppels die we flexibel konden inzetten om de hotspots te beveiligen.”

Jesper – Officier van Dienst (OvD)
Dordtse Reddingsbrigade

,,Ik werd als het ware het incident ingezogen; het ene moment was ik met vrienden aan het schaatsen, het volgende moment werd ik benoemd tot de Liaison Reddingsbrigade. Op zaterdag begonnen we met veel onduidelijkheden. We moesten iets gaan doen, maar een plan hiervoor bestond nog niet. Ik heb zelfs het gevoel gehad dat ik op sommige momenten maar wat deed, omdat je als OvD stuurt op basis van een niet compleet beeld. Gelukkig hielp de terugkoppeling van mijn lifeguards in het vormen van dit beeld en de overleggen die ik had met de OvD’s van de crisispartners om het beeld te duiden. In de loop van de eerste dag kwamen er ook twee medewerkers van het Landelijk Bureau. In het begin snapte ik niet wat zij kwamen doen, totdat ik doorkreeg wat zij voor mij konden betekenen. Achteraf vond ik deze ondersteuning erg fijn. Het geeft je het gevoel dat je er niet alleen voor staat.

Op zondag zijn we gaan werken met twee OvD’s: een in het CoPI en een voor de aansturing van de veldeenheden. Dit was belangrijk, omdat we op een bepaald moment de controle dreigden te verliezen en meenden op te moeten schalen. We hadden onze handen vol aan de inzet. Het was daarom goed dat de coördinatie van de opschaling werd overgenomen door het Landelijk Bureau, zodat wij ons konden focussen op de hulpverlening.

Ik heb twee zware maar geweldige dagen gehad. Ik vind het supertof dat ik dit heb mogen aansturen. Ik vind het wel jammer dat er achteraf mensen zijn die commentaar hebben over gemaakte keuzes en/of de inzet in het geheel. Evengoed sta ik nog steeds achter elk besluit dat ik heb genomen en ben ik er trots op dat wij ruim 50 vrijwillige lifeguards vanuit het hele land op de been hebben gekregen om de drie gemeenten en de veiligheidsregio te helpen. Ik denk dat we ons als reddingsbrigade heel goed op de kaart hebben gezet en ik hoop dat we nog vaak dit soort inzetten mogen doen!”

Bij vragen over de inzet en/of de monodisciplinaire evaluatie is contact op te nemen met Mark Jansen, landelijk coördinator NRV, via mjansen@reddingsbrigade.nl.