Monodisciplinaire evaluatie na toezicht bij gevaarlijke ijscondities

In het weekend van 13 en 14 februari waren reddingsbrigades actief met eerste hulpverlening, vervoer van personen en reddingen in verband met de winterse omstandigheden. Extra opvallend was de inzet in Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid, waar op zondag meer dan 50 lifeguards uit zes veiligheidsregio’s werden ingezet om de ijsdrukte in goede banen te leiden. Gegeven de omvang van de inzet is op verzoek van de Landelijke Voorziening Reddingsvloot een monodisciplinaire evaluatie uitgevoerd. Dit om ervaringen en leerpunten te bundelen, en mee te nemen in de uitwerkingsfase van het programma ‘Kwaliteitsimpuls NRV’. Drie lifeguards zijn gevraagd om kort terug te blikken op hun ervaringen.

Ruben – Lifeguard
Reddingsbrigade Hardinxveld-Giessendam

,,Op zaterdagmiddag kreeg ik via WhatsApp een oproep van mijn brigade. De brandweer had gevraagd of wij ze konden ondersteunen met toezicht op het ijs. Voor mij was het de eerste keer dat ik werd ingezet voor een ijsbewaking. Ik heb wel eens een wintertraining gevolgd, waardoor ik de basis van ijsreddingen onder de knie heb. Die zaterdag was niet zo spannend. We hebben naar het ijs gekeken en eigenlijk gebeurde er niet zoveel. Ik denk dat dit kwam omdat we pas laat werden ingezet.

Op zondag volgde er een korte briefing. We kregen te horen dat er steeds meer zwakke plekken in het ijs ontstonden en dat er te weinig lifeguards waren om ze te beveiligen. Rond 11.30 uur namen mijn maatje en ik positie in Kinderdijk in. Daar hebben we eerste hulp verleend aan een vrouw. Ze was gevallen en had last van haar pols. Ook viel het op dat de kwaliteit van het ijs snel achteruitging. Met het uur kwamen er steeds meer scheuren in en het begon te kraken. De scheuren werden steeds dieper waardoor er water op het ijs kwam te liggen. Rond 15.10 uur kregen we een melding dat aan het einde van Kinderdijk iemand door het ijs was gezakt. De locatie was niet bekend. Met vier lifeguards zijn we gaan zoeken. Even later bleek dat de incidentlocatie anderhalve kilometer verderop was en dat wij er niet snel bij konden komen. Dat was balen, want je bent er om te helpen.”

Leontien – Centralist
Dordtse Reddingsbrigade

,,Ik was op zaterdagmiddag met twee vrienden aan het schaatsen. Rond 14.00 werd ik gebeld door de RVR-co met de mededeling dat onze hulp heel hard nodig was. Uiteraard kende ik de schaatstocht en de route. Ik kon mij voorstellen dat de drukte op het ijs in combinatie met verslechterende weersomstandigheden gevaarlijke situaties zou opleveren. Binnen een mum van tijd hadden we voldoende mensen bij elkaar en hebben we ons zo goed als mogelijk voorbereid door EHBO-spullen, dekens en reddingslijnen mee te nemen.

Ter plaatse heeft de OvD-Red in het CoPI overlegd. Hij vertelde welke hotspots ofwel zwakke plekken in het ijs moesten worden beveiligd. Rond 16.30 uur stonden we op het ijs en toen gingen de meest schaatsers al naar huis. Aan het einde van de avond werd ons gevraagd of wij op zondag ook toezicht wilden houden. In de loop van die dag kwamen er vanuit het hele land brigadeleden om ons te ondersteunen. Persoonlijk vond ik dit gaaf om te zien. Ik heb tijdens de inzet de communicatie op me genomen, zodat de OvD werd ontlast. Voor mijn gevoel kregen we steeds meer grip op de hulpverlening. Er kwamen vragen vanuit de veiligheidsregio en we hadden steeds meer koppels die we flexibel konden inzetten om de hotspots te beveiligen.”

Jesper – Officier van Dienst (OvD)
Dordtse Reddingsbrigade

,,Ik werd als het ware het incident ingezogen; het ene moment was ik met vrienden aan het schaatsen, het volgende moment werd ik benoemd tot de Liaison Reddingsbrigade. Op zaterdag begonnen we met veel onduidelijkheden. We moesten iets gaan doen, maar een plan hiervoor bestond nog niet. Ik heb zelfs het gevoel gehad dat ik op sommige momenten maar wat deed, omdat je als OvD stuurt op basis van een niet compleet beeld. Gelukkig hielp de terugkoppeling van mijn lifeguards in het vormen van dit beeld en de overleggen die ik had met de OvD’s van de crisispartners om het beeld te duiden. In de loop van de eerste dag kwamen er ook twee medewerkers van het Landelijk Bureau. In het begin snapte ik niet wat zij kwamen doen, totdat ik doorkreeg wat zij voor mij konden betekenen. Achteraf vond ik deze ondersteuning erg fijn. Het geeft je het gevoel dat je er niet alleen voor staat.

Op zondag zijn we gaan werken met twee OvD’s: een in het CoPI en een voor de aansturing van de veldeenheden. Dit was belangrijk, omdat we op een bepaald moment de controle dreigden te verliezen en meenden op te moeten schalen. We hadden onze handen vol aan de inzet. Het was daarom goed dat de coördinatie van de opschaling werd overgenomen door het Landelijk Bureau, zodat wij ons konden focussen op de hulpverlening.

Ik heb twee zware maar geweldige dagen gehad. Ik vind het supertof dat ik dit heb mogen aansturen. Ik vind het wel jammer dat er achteraf mensen zijn die commentaar hebben over gemaakte keuzes en/of de inzet in het geheel. Evengoed sta ik nog steeds achter elk besluit dat ik heb genomen en ben ik er trots op dat wij ruim 50 vrijwillige lifeguards vanuit het hele land op de been hebben gekregen om de drie gemeenten en de veiligheidsregio te helpen. Ik denk dat we ons als reddingsbrigade heel goed op de kaart hebben gezet en ik hoop dat we nog vaak dit soort inzetten mogen doen!”

Bij vragen over de inzet en/of de monodisciplinaire evaluatie is contact op te nemen met Mark Jansen, landelijk coördinator NRV, via mjansen@reddingsbrigade.nl.

Aanstellingen voor projectteam fase 2 programma ‘Kwaliteitsimpuls NRV’

In januari 2021 is Kevin de Jonge aangesteld als projectmedewerker voor fase 2 van het programma ‘Kwaliteitsimpuls NRV’. In februari volgde de aanstelling van Tom Ouwerling als projectleider. Hij nam deze functie over van Bart van de Minkelis. Als projectteam zijn zij er verantwoordelijk voor dat het werkplan goed uitgevoerd en afgerond wordt. Dit doen ze in afstemming met klankbordgroepen, raden, de collega’s van het Landelijk Bureau, de brandweer en het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV). Het gezamenlijke doel: een hoger niveau van de hulp- en dienstverlening.

Even voorstellen: Kevin de Jonge

Kevin de Jonge.

,,Mijn naam is Kevin de Jonge. 25 jaar geleden ben ik geboren in Gouda en daar woon ik nog steeds. In het dagelijks leven studeer ik HBO-Rechten en ben ik gemeenteraadslid. Daarnaast ben ik als vrijwilliger verbonden aan de Goudse Reddingsbrigade, sinds 2004, en de Texelse Reddingsbrigade, sinds 2012. Sinds 2019 ben ik ook RVR-coördinator in de regio Hollands Midden.

In fase 1 van het programma ‘Kwaliteitsimpuls NRV’ heb ik in een van de drie werkgroepen meegedacht over het doorontwikkelen van de vloot. Bij de start van fase 2 kreeg ik de mogelijkheid om te solliciteren naar de functie projectmedewerker. In deze positie, die ik anderhalve dag per week vervul, draag ik bij aan het schrijven van de beleidsproducten.”

Voor vragen en aanbevelingen is Kevin de Jonge bereikbaar via kdjonge@reddingsbrigade.nl.

Even voorstellen: Tom Ouwerling

Tom Ouwerling.

,,Mijn naam is Tom Ouwerling. Ik woon in ’s-Gravenzande met mijn vrouw Daniëlle en zoon James van 2 jaar. Daar ben ik al ruim 25 jaar lid van de reddingsbrigade. In het dagelijks leven ben ik werkzaam in de levensmiddelenindustrie, als operations en supply chain manager. Ik heb een bedrijfskundige achtergrond.

Bij de reddingsbrigade heb ik vele functies gehad, onder andere bestuurssecretaris en penningmeester met diverse portefeuilles, woordvoerder en instructeur. Al lange tijd ben ik actief als lifeguard op het strand en als alarmploeglid. Momenteel ben ik coördinator van de alarmploeg en de NRV-eenheid. Voorts ben ik bij Reddingsbrigade Nederland examenofficial. Het is erg leuk om een mooi en belangrijk project als dit te mogen doen samen met Kevin de Jonge en de medewerkers van het Landelijk Bureau.”

Voor vragen en aanbevelingen is Tom Ouwerling bereikbaar via touwerling@reddingsbrigade.nl.

Events als bron voor kennis en zichtbaarheid

Als crisispartner tijdens grote watercalamiteiten en overstromingen sluit Reddingsbrigade Nederland regelmatig aan bij events om te netwerken met veiligheidsregio’s en crisispartners, maar ook om actuele kennis en informatie op te halen en te delen.

De afgelopen maanden is Reddingsbrigade Nederland namens de NRV aangeschoven bij het Nationaal Deltacongres 2020 | ‘De Delta Draait Door’ en het webinar ‘Lessen uit crises en mini-crises 2019’ van het Instituut Fysieke Veiligheid (IFV). Hieronder een korte terugblik op beide bijeenkomsten en een reflectie op de lessen die hieruit te trekken zijn voor de NRV (‘lessons learned’).

Nationaal Deltacongres 2020 | ‘De Delta Draait Door’

Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu organiseerde dit jaar voor de elfde keer het Nationaal Deltacongres. Tijdens dit congres werd benadrukt dat de samenleving zich moet aanpassen aan het veranderde klimaat (klimaatadaptatie). Dit is nodig omdat de opwarming van de aarde ervoor zorgt dat de zeespiegel stijgt en de extremen in het klimaat ook toenemen. Daarbij ligt ruim 60 procent van Nederland onder het zeeniveau, dus zonder dijken zou dit deel overstromen. Onderzoekers pleiten ervoor dat de omvang en snelheid van opwarming van de aarde moeten worden beperkt door het nemen van maatregelen (klimaatmitigatie). De Rijksoverheid heeft daarom in 2019 het Kennisprogramma Zeespiegelstijging in het leven geroepen. Dit om nieuwe kennis te vergaren rondom de stijging van de zeespiegel en een watersnoodramp als in 1953 te voorkomen. De uitkomsten van de onderzoeken moeten in 2026 leiden tot adaptatiestrategieën.

Lessons learned

Het klimaat warmt langzaam op, met als gevolg dat de extremen in het klimaat toenemen: de zeespiegel stijgt, drogere en warmere zomers, meer neerslag en zwaardere stormen. De combinatie hiervan zorgt ervoor dat de kans op grote watercalamiteiten en overstromingen toeneemt. Dit betekent dat er consequent vooruitgekeken moet worden en dat crisis- en ketenpartners met elkaar verbonden moeten raken om effectief te kunnen reageren op een calamiteit. De geldt ook voor de reddingsbrigades en de NRV-eenheden onderling. Ondanks dat we in Nederland trots zijn op ons waterbeleid – dat gericht is op het voorkomen van een watercrisis – mag dit ons niet verblinden voor de uitdagingen van de toekomst. We moeten nuchter, alert en voorbereid zijn op wat er gaat komen.

Webinar ‘Lessen uit crises en mini-crises 2019’

Het lectoraat Crisisbeheersing van het IFV brengt jaarlijks een publicatie uit in de reeks ‘Lessen uit crises en mini-crises’. Afgelopen november verscheen het achtste jaarboek waarin vijftien bijzondere gebeurtenissen uit het jaar 2019 worden beschreven en beschouwd. Ter gelegenheid hiervan organiseerde het lectoraat Crisisbeheersing een virtuele plug-in sessie voor bestuurders en professionals die werkzaam zijn op het terrein van crisisbeheersing, veiligheidsmanagement en bevolkingszorg. Rode draden die tijdens de sessie centraal stonden:

  • Bovenregionale samenwerking

Gebeurtenissen en crisiseffecten zijn steeds meer gebiedsontbonden, waardoor veiligheidspartners bovenregionaal moeten samenwerken. Incidenten uit het verleden – zoals de grote 112-storing bij KPN of de aanslag in Utrecht – laten zien dat dit niet altijd vlekkeloos verloopt.

  • Risico- en crisiscommunicatie

Risico- en crisiscommunicatie verschillen nauwelijks nog van elkaar, omdat we permanent in een semi-crisis verkeren. Hierdoor wordt constant over risico’s gecommuniceerd. Het is belangrijk dat we mensen niet alleen duiding geven tijdens een crisis maar ook aanwijzingen. Zo kondigde de NCTV tijdens de aanslag in Utrecht de hoogste vorm van dreigingsniveau af. Vervolgens koppelde zij hier geen handelingsperspectief aan.

  • Reflecties op structuur en besluitvorming in crisissituaties

Er werd stilgestaan bij de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s. De nieuwe wet kijkt naar wat de praktijk nodig heeft om effectief te kunnen functioneren tijdens een crisis. Zo concludeerde de evaluatiecommissie dat veiligheidsregio’s gebruik moeten maken van een flexibel systeem dat zo is ingericht dat – op basis van de risico’s – er relaties kunnen worden opgebouwd met crisispartners. Daarbij werd door de voorzitter van de evaluatiecommissie expliciet de opmerking geplaatst dat een ideaal systeem voor iedereen duidelijk moet zijn.

Lessons learned

Crisisbeheersing wordt steeds meer bovenregionaal uitgevoerd, doordat gebeurtenissen en crisiseffecten grensoverschrijdend zijn. Het is daarom belangrijk dat crisismanagement niet alleen door de vier traditionele hulpverleningskolommen van de veiligheidsregio – politie, brandweer, GGD/GHOR Bevolkingszorg – wordt uitgevoerd, maar vooral ook samen met crisispartners die op basis van kennis en expertise een bijdrage kunnen leveren. Crisisorganisaties moeten daarom doordrongen zijn van het feit dat zij een netwerkorganisatie zijn en dat zij in de koude fase maximaal moeten investeren in hun netwerk. Organiseren en professionaliteit staan hierin centraal.

Daarnaast is het zo dat crisisorganisaties continu over risico’s communiceren, waardoor er in de praktijk nauwelijks nog een verschil bestaat tussen risico- en crisiscommunicatie. Onderzoekers raden aan om mensen in de warme fase niet alleen duiding te geven (risicocommunicatie) maar vooral ook aanwijzingen te geven als in wat te doen met de risico’s (crisiscommunicatie). De social media werden tijdens de casuïstiek meerdere keren genoemd als bron van desinformatie en onrust. Het is belangrijk om hier vroeg in de crisis grip op te krijgen, om zo maatschappelijke onrust te voorkomen.

Als laatste leerpunt werd opgemerkt dat crisisstructuren niet volgens vaste regels en voorschriften moeten worden vastgelegd. De basis van waaruit wordt gewerkt, moet vastliggen en duidelijk zijn voor iedereen in het systeem. Echter is het van belang dat organisaties in staat zijn om hun veerkracht en improvisatievermogen te gebruiken als de dynamiek van een crisis daarom vraagt.

Bij vragen is contact op te nemen met Mark Jansen, landelijk coördinator NRV,  via mjansen@reddingsbrigade.nl.

Interview: Mark Jansen, landelijk coördinator NRV

Mark Jansen is sinds 19 oktober 2020 werkzaam bij Reddingsbrigade Nederland als landelijk coördinator van de Nationale Reddingsvloot (NRV) en beleidsmedewerker Waterhulpverlening. Wat is zijn eerste indruk? Hoe blikt hij terug op de afgelopen periode? Wat kan van hem worden verwacht? Jansen spreekt zich uit.

Je bent nu een paar weken bezig en hebt een eerste oordeel kunnen vormen. In wat voor soort organisatie ben je terechtgekomen?

,,Dagelijks word ik omringd door waterveiligheidsprofessionals die hart hebben voor de zaak en hoge eisen aan zichzelf stellen. Dit zorgt voor een enorme positieve ‘vibe’ om de organisatie te professionaliseren tot een volwaardige hulpdienst, met een eigen crisisstructuur. Ik vind het mooi om te zien dat er al heel veel is bedacht en uitgewerkt. Het is dus niet zo dat ik de hele organisatiestructuur nog moet gaan neerzetten, en dat is prettig werken.”

Hoe ben je die eerste weken te werk gegaan?

,,De eerste weken heb ik vooral de verbinding gezocht met de netwerken die actief zijn rondom het Landelijk Bureau. Zo ben ik in week één begonnen om gesprekken te voeren met de RVR-coördinatoren. Niet alleen om mijzelf te introduceren, maar ook om te horen wat er lokaal bij de reddingsbrigades speelt. Daarnaast investeer ik veel tijd in het opbouwen en onderhouden van contacten met de adviesraden van Reddingsbrigade Nederland en met crisis- en ketenpartners, zoals het Kustwachtcentrum, SAMIJ, de KNRM, Rijkswaterstaat, de veiligheidsregio’s en het IFV. Juist deze afwisseling maakt het werk uitdagend en interessant. Het ene moment schakel je met een directeur veiligheidsregio en het volgende moment heb je contact met leden van een lokale vereniging.”

Wat staat er de komende tijd op de agenda?

,,Een belangrijk onderwerp voor 2021 is fase twee van het ‘Impulsprogramma NRV’. In 2019 zijn drie werkgroepen samengesteld uit medewerkers van de brandweer en de Reddingsbrigade. Zij hebben nagedacht over hoe de NRV nog beter gepositioneerd kan worden in de veiligheidsketen. Verschillende strategische doelen en producten zijn door de werkgroepen opgeleverd. Aankomend jaar worden deze producten uitgewerkt, om ervoor te zorgen dat de vloot operationeel is in 2022. Naast de NRV zijn er ook andere projecten die worden uitgewerkt in 2021. Denk bijvoorbeeld aan: het updaten van het ‘Inzetprotocol Kustwachtcentrum’; de uitwerking van de Evenementen Management Applicatie, de EMA; de doorontwikkeling van de hulpverleningsregistratie, RHR 3.0; en het ontwikkelen van strandprincipes.”

Welke accenten ga je verder leggen in hoe je te werk gaat?

,,Ik zie het als mijn belangrijkste taak om reddingsbrigades en -eenheden met elkaar te verbinden. De NRV-vloot is immers opgebouwd uit eenheden van de brandweer en de Reddingsbrigade. Ondanks dat de NRV ‘nieuwe stijl’ s ingevoerd, krijg ik regelmatig vragen over hoe de vloot is georganiseerd. Hoe worden we gealarmeerd? Is er logistiek geregeld? Hoe worden we aangestuurd? Worden we afgelost na een inzet? Voor een groot deel bestaat deze planvorming al. Daarom gaan we in fase twee van het impulsprogramma verder met het uitwerken van de operationele planvorming en de landelijke crisisstructuur. Voor het aansluiten bij de 157 reddingsbrigades is het een ander verhaal. Door middel van Twitter probeer ik de activiteiten van de brigades en de leden te volgen. Daarnaast stuur ik ook op de informatie die ik krijg vanuit de RVR-en. Selectief leg ik contact, maar ik heb zeker de wens om op korte termijn bij meerdere brigades op werkbezoek te gaan en mijzelf voor te stellen.”

Als eind 2021 gevraagd wordt wat je het afgelopen jaar bereikt hebt, wat zou dan je gedroomde antwoord zijn?

,,Ik zou dan willen zeggen dat we erin geslaagd zijn om de NRV volledig te integreren in de crisisstructuur van de veiligheidsregio’s. Ik zou dan ook willen zeggen dat ik het fijn vind dat crisispartners als Rijkswaterstaat ons weten te vinden in de warme fase. Waardoor wij niet alleen reactief reageren op een nationale oproep van het LOCC maar ook flexibel en proactief kunnen reageren als er zich lokaal een grote watercalamiteit of overstroming voordoet. Ten slotte hoop ik dat we de vloot zo hebben ingericht dat het voor iedereen duidelijk is hoe het systeem werkt en dat ook iedereen weet wat er van hem of haar verwacht wordt tijdens een crisis. Voor wat betreft de reddingsbrigades hoop ik op meer onderlinge verbondenheid, zodat we onze werkwijze kunnen standaardiseren en naar buiten kunnen treden als de hulpdienst die wij zijn.”

NRV-eenheden oefenen in Gouverneurspolder

Bij een goede voorbereiding op hulpverlening in geval van ernstige watercalamiteiten en overstromingen hoort realistisch oefenen. Dit deed een deel van de Nationale Reddingsvloot (NRV) zaterdag 8 februari in de onder water gezette Gouverneurspolder, ook wel bekend als de Ochtense Buitenpolder. Eenheden van reddingsbrigades uit Veiligheidsregio’s Gelderland Zuid, Zuid-Holland Zuid, Midden- en West-Brabant en Hollands Midden namen deel. Daarnaast kwam een brandweereenheid uit Veiligheidsregio Limburg Noord in actie.

Verkenning tijdens de NRV-oefening in de Gouverneurspolder. (Foto: Rosalotte van den Dikkenberg)

Nederland is een waterrijk land. Daar profiteren we van, maar onder bepaalde omstandigheden vormt het water een bedreiging. Een watersnood deed zich voor het laatst meer dan twee decennia geleden voor, maar de NRV blijft 365 dagen per jaar ’24/7′ paraat om hulpverlening te kunnen bieden. Dat vergt doorlopend afstemming, organisatie én oefening. Omdat voorbereiding voor langdurige inzet onderdeel van deze oefening was, ontvingen de eenheden uit Culemborg, Hardinxveld-Giessendam, Breda, Noordwijk en het Limburgse Bergen 24 uur van tevoren een vooralarm, zoals bij een watercrisis.

Kerntaak
NRV-coördinator Esmeralda Korver, tevens operationeel manager Waterhulpverlening bij Reddingsbrigade Nederland, benadrukt de meerwaarde van deze oefening op de noordoever van de Waal: ,,’Het water komt als het komt’, zeiden collega’s van Waterschap Rivierenland. En het kwam. Het is de eerste keer dat samengewerkt wordt met een waterschap om de NRV te faciliteren én de eerste keer dat geoefend kan worden in daadwerkelijk ondergelopen gebied. Het is bijzonder om de kans te krijgen het zo realistisch te doen; dit evenaart overstroming bij een watersnood het meest. Bij deze bescheiden oefening ligt de focus op de eerste kerntaak van de NRV: verkenning. Stroming, obstakels onder water en ondieptes zorgen ervoor dat er zeer bedachtzaam gevaren moet worden. Beide partners hebben het belang ingezien van met elkaar oefenen. Dat moet vaker, om nog beter voorbereid te zijn op een eventuele watercrisis. De samenwerking verloopt prettig. We weten elkaar erg goed te vinden en kunnen hier van elkaar leren.”

Hulpverleners aan het woord (7)

Reddingsbrigade Nederland brengt via haar social-mediakanalen in de periode van 28 januari tot en met 3 februari 2020 dagelijks een videoproductie onder de noemer ‘Hulpverleners aan het woord’, waarin watersnoodveteranen en herinneringen aan 1995 centraal staan.

Hulpverleners aan het woord (6)

Reddingsbrigade Nederland brengt via haar social-mediakanalen in de periode van 28 januari tot en met 3 februari 2020 dagelijks een videoproductie onder de noemer ‘Hulpverleners aan het woord’, waarin watersnoodveteranen en herinneringen aan 1995 centraal staan.

Hulpverleners aan het woord (5)

Reddingsbrigade Nederland brengt via haar social-mediakanalen in de periode van 28 januari tot en met 3 februari 2020 dagelijks een videoproductie onder de noemer ‘Hulpverleners aan het woord’, waarin watersnoodveteranen en herinneringen aan 1995 centraal staan.

Hulpverleners aan het woord (4)

Reddingsbrigade Nederland brengt via haar social-mediakanalen in de periode van 28 januari tot en met 3 februari 2020 dagelijks een videoproductie onder de noemer ‘Hulpverleners aan het woord’, waarin watersnoodveteranen en herinneringen aan 1995 centraal staan.

Hulpverleners aan het woord (3)

Reddingsbrigade Nederland brengt via haar social-mediakanalen in de periode van 28 januari tot en met 3 februari 2020 dagelijks een videoproductie onder de noemer ‘Hulpverleners aan het woord’, waarin watersnoodveteranen en herinneringen aan 1995 centraal staan.