Samenstelling

Nederland is ingedeeld in 25 veiligheidsregio’s; daarvan zijn er 22 met een overstromingsrisico. Deze 22 zijn betrokken bij de vorming van de Nationale Reddingsvloot en zijn ieder voor zich verantwoordelijk voor de levering van een eigen regionale reddingsgroep. Deze bestaat uit vier reddingseenheden die op afroep 24 uur per dag klaar staan om ingezet te worden. Reddingsbrigade Nederland vormt een Landelijke Voorziening Reddingsvloot en zorgt op deze manier voor de bovenregionale centrale ondersteuning.

Het kaartje geeft de samenstelling en aantallen weer van de nationale reddingsgroepen per veiligheidsregio. Hierbij zijn in de oranje gekleurde regio’s de reddingsgroepen ondergebracht bij de Reddingsbrigade, in de rood gekleurde regio’s worden deze geleverd vanuit de brandweer, bij de oranjerode regio’s zijn er reddingsgroepen van zowel de Reddingsbrigade als de brandweer en werken deze samen. Er zijn drie regio’s die niet deelnemen aan de Nationale Reddingsvloot. Deze hebben namelijk géén overstromingsrisico.

Aan alle reddingseenheden worden de volgende eisen gesteld:

• Een reddingseenheid moet 24 uur per dag, 365 dagen per jaar inzetbaar zijn voor watercalamiteiten en overstromingen.
• Een reddingseenheid moet over de weg verplaatsbaar zijn.
• Een reddingseenheid, in de vorm van een vlet of Tinn-Silver, biedt plaats aan minimaal 5 evacués.
• Een reddingseenheid moet geschikt zijn voor inzet in een overstromingsgebied (diepgang 65 centimeter).
• Een reddingseenheid heeft aan boord een marifoon, EHBO-uitrusting, schijnwerpers, redlijnen en andere reddingsmaterialen.
• Een reddingseenheid moet na alarmering binnen drie uur op een vertreklocatie kunnen zijn. Indien er een vooralarm is afgegeven, is dit zelfs binnen één uur.
• De bemanning van een reddingseenheid, bestaande uit minimaal 1 schipper en 2 opstappers, is opgeleid en geoefend.